In de jaren 90 en 00 was er veel vraag naar IT-ers. Grote IT bedrijven zoals CapGemini en RAET waren dol op pas afgestudeerden in de exacte vakken. Geboden salarissen waren doorgaans hoger dan je bij typische “bodem-bureautjes” kreeg, en daarbovenop kwamen dan nog de lease-auto's, mobieltjes en laptops. Ik spreek met twee Lulofs leden die destijds voor een baan in de IT hebben gekozen: Robert Oortwijn, momenteel werkzaam als geodata consultant bij Geodan, en Ernst Berkhout, die alweer 12 jaar lang bij het informatiseringscentrum van de UvA werkt en sinds enige jaren verantwoordelijk is voor Blackboard, de digitale interface tussen docenten en studenten.


1. Hoe zou je je keuze voor een baan in de IT willen karakteriseren? Zijn jullie daadwerkelijk door de grote bedrijven gelokt met hoge salarissen en gunstige secundaire arbeidsvoorwaarden, of is het toch meer een tweede keuze geweest omdat het moeilijk was een baan die meer toegespitst was op de fysische geografie te vinden?

Robert: ‘Moeten we kiezen tussen die twee opties? O, nou, de tweede keuze dan maar. Een baan in de fysische geografie was toen toch moeilijk te vinden.’
Ernst: ‘Gelul, het was toen veel makkelijker dan nu.’
Robert: ‘Ja, destijds was élke baan makkelijker te vinden dan nu! Nou ja, laat ik het dan zo zeggen: een baan in de IT was nóg veel makkelijker te vinden dan een baan in de fysische geografie. Overigens heb ik wel kort als fysisch geograaf gewerkt: eerst bij De Straat (ingenieursbureau in Delft op het gebied van bodemkwaliteit, red.), en daarna bij NEO (remote sensing-bureau in Amersfoort, red.).’
Ernst: ‘En waarom ben je daar niet bij gebleven? Was je het forenzen beu?’
Robert: ‘Ja, dat reizen naar Delft, in die overvolle treinen, vond ik inderdaad vervelend. Maar daarnaast bestond het werk uit twee componenten: aan de ene kant de GIS-werkzaamheden, dus het produceren van bodemkwaliteitskaarten, die me zeker bevielen, maar aan de ander kant ook het veldwerk. Beginnende adviseurs werden namelijk met de veldwerkmensen op pad gestuurd om ingewerkt te raken in de wereld van de bodemkwaliteit. En ik vond het toch, ja, hoe zeg je dat, minder aantrekkelijk om om half 8 's ochtends vanaf het kantoor in Delft in een busje volgestouwd met booruitrusting af te reizen naar een winderig terrein in het Westland om daar potjes met "mogelijk verontreinigde" aarde te vullen... Nou ja, laten we er het op houden dat ik het GIS-werk leuker vond. Het remote sensing-werk bij NEO was interessant, maar helaas gingen de zaken na enige tijd niet zo goed meer, zodat ik ook voor "koude acquisitie" werd ingezet. Dat trok me allerminst, vandaar de overstap naar de IT.’
Wat was jouw motivatie, Ernst?
Robert: ‘Ja, Ernst, was het echt pure luiheid?’
Ernst: ‘Nou ja, het was nou eenmaal een heel relaxed studentenbaantje, en ik ben er gewoon in blijven hangen.. Maar ik kan toch ook wel zeggen dat ik absoluut geen behoefte voelde om als fysisch geograaf te gaan werken. Als ik dat dan zo om me heen zag: het eindeloos produceren van "rapportjes" (vormt nadrukkelijk aanhalingstekens met de vingers), dat was toch echt niet mijn ding!’


2. Zijn er momenten geweest waarop jullie spijt hadden van je keuze?

Robert: ‘Nou, tot een tijdje geleden eigenlijk nooit. Maar op een gegeven moment, na 10 jaar systeem- en netwerkbeheer was ik daar wel even klaar mee. Ik heb toen mijn baan opgezegd, om na te denken over wat ik graag zou willen doen. Al vrij snel kwam ik uit bij iets fysisch geografisch...’
Namelijk?
Robert: ‘Wel, GIS! Ik ben begonnen met UNIGIS (een naar keuze één, twee- of driejarige postgraduate/MSc GIS-opleiding, aangeboden door o.a. de VU, red.), om mijn GIS-kennis te actualiseren. Dankzij die studie kon ik een stage bij Geodan gaan doen, waar ik inmiddels (part time) in dienst ben. Het mooie van GIS is dat het twee disciplines in zich verenigt: IT, waarin ik inmiddels behoorlijk wat werkervaring heb, en "geo", waarin ik ben opgeleid en waar mijn hart ligt.’
In feite ben je dus een spijtoptant.
Robert: ‘Ja, in zekere zin wel. Maar ik moet bekennen dat ik mijn weg in de GIS-wereld nog enigszins moet vinden: wat wil ik bereiken, wat kan ik, wat vind ik leuk? Daar komt bij dat ik sinds kort vader van een tweeling ben, waardoor de prioriteiten op dit moment net wat meer bij gezin dan bij carrière liggen. Maar hoe dan ook: ik ben blij dat ik de stap gezet heb!’
Ernst: ‘Ik heb geloof ik nooit spijt gehad. Alleen het veldwerk, dat mis ik af en toe wel. In mijn huidige baan zit je toch honderd procent van de tijd binnen.’
Robert: ‘Maar goed, kijk naar onze interviewster, die heeft een baan in het vakgebied, maar komt ook nooit buiten.’
Ernst: ‘Jawel, zij moet af en toe mee met studenten het veld in, maar ze heeft er nooit zin in!’
Zou jij dat leuk vinden, Ernst? Studenten op veldwerk begeleiden?
Ernst: ‘Ja, ik zou graag iets doen met een ‘buitendienst’ component. Maar over de gehele linie heb ik toch geen spijt van mijn baankeuze hoor. In Nederland stelt dat veldwerk over het algemeen toch ook niet zoveel voor. En wat ik leuk vind aan mijn huidige baan is de mate waarin ik zelfstandig kan werken, en dat het erg gevarieerd is.’


3. Heb je het gevoel dat je studie toch nog van nut is geweest in je loopbaan als IT-er?

Ernst: ‘Ja, zeker wel. Niet zozeer in feitelijke kennis van fysisch geografische thema's, maar vooral de manier van denken. Het analytische, het opzetten van een gestructureerde methode om een probleem op te lossen... Waar ik ook wel wat aan heb gehad, maar dat had wat mij betreft nog veel meer gemogen, is te leren hoe je een presentatie moet geven.’
Robert: ‘Volgens mij doen ze dat nu ook veel meer dan wij vroeger. Tegenwoordig moeten studenten iedere week wel een presentatie geven, is het niet?’
Wel vaker dan wij destijds, ja. Heb jij nog veel gehad aan je studie, Robert?
Robert: ‘Jazeker. In die tijd kwam het PC-gebruik net op; ik kan me herinneren dat wij onze eerste werkstukjes nog op de typemachine maakten. Dankzij de studie is mijn affiniteit met computers ontstaan.’
Programmeren in TurboPascal?
Robert: ‘Ja, hoewel ik dat daarna nooit meer gebruikt heb. Dan eerder de GIS-pakketten. Kaartjes maken enzo. Wat altijd erg leuk was, was het verzamelen van gegevens in het veld, en die dan achter de PC te verwerken tot fraaie kaarten en tabellen.’
Ernst: ‘Ja, dat had echt iets magisch!’
Robert: ‘Surfer, ken je dat nog?!’
Arjen Witte (een ander aanwezig Lulofs-lid dat zich tot nu toe afzijdig hield): ‘Ja! Surfer 6!!’


4. Ik bespeur veel nostalgische gevoelens. Jullie voelen je dus nog altijd wel een beetje fysisch geograaf? Of is het, zodra de Lulofs nieuwsbrief binnenkomt: Delete!?

Robert: ‘Nee, zeker niet! Ja, ik voel me zeker nog wel fysisch geograaf, met een grote interesse in, en voorliefde voor, landschappen, bergen, cartografie, enz. Zo ben ik onlangs naar een tentoonstelling over de Atlas der Neederlanden geweest (onderdeel van de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, tot 9 februari te zien aan de Oude Turfmarkt 129, red.). Kortom, het geografisch vuur is niet gedoofd!’
Ernst: ‘Ja, ik toch ook zeker wel hoor. Het zijn eigenlijk twee dingen: één is dat we elkaar nog vaak zien (vrijwel iedere donderdag in café Kale, red.). Je kunt toch wel stellen dat het een bepaald type mens is: de fysisch geograaf. De mensen van mijn middelbare school zie ik bijvoorbeeld nooit meer. Het tweede is dat die studie toch ook echt iets met je heeft gedaan. Op vakantie ben je toch altijd bezig met het landschap. Ja, soms bepaalt het zelfs je bestemming: hoe interessant zal het er zijn vanuit fysisch geografisch perspectief!’

  Last edit: 2014-01-12 20:58:24.