Velen van jullie hebben er al iets van meegekregen: de plannen van het College van Bestuur om de bètafaculteiten van de VU en de UvA te fuseren. Informatie over deze fusie komt echter met kleine beetjes naar buiten. Het proces van fuseren zelf lijkt ook een beetje vergelijkbaar te zijn met de wijze waarop twee tektonische platen langs elkaar schuiven: lang gebeurt er niks en dan plots een verschuiving van enkele meters.



      Door Dirk Wolthekker

De oorspronkelijke plannen voor de fusie komen voort uit de Amsterdam Academic Alliance (AAA), die is opgericht in het kader van het 750 jarig bestaan van de stad Amsterdam. De AAA staat voor de intensivering van het samenwerkingsverband tussen verschillende instellingen van hoger onderwijs van Amsterdam, waaronder de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam. De geïntensiveerde samenwerking zou plaats moeten vinden op het gebied van onderzoek en masteronderwijs, en moet uiteindelijk leiden tot het fuseren van de bètafaculteiten van de VU en de UvA. Onderdeel van de voorgestelde fusie is de integratie van de faculteiten Aard- en Levenswetenschappen (VU-FALW), Exacte Wetenschappen (VU-FEW) en Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica (UvA-FNWI). Hieruit zou de Academic Faculty of Science (ASF) ontstaan, één van de grootste bèta-instituten van Europa. Het doel is verbetering van de kwaliteit van beide universiteiten, wat op zijn beurt de wetenschap, de kenniseconomie en de economische positie van Nederland ten goede zou moeten komen.

Om dit te bereiken is er door de Colleges van Bestuur van UvA en VU in 2012 een zogenaamd bouwteam samengesteld, bestaand uit de drie decanen van de voorgenoemde faculteiten en de vice-decaan van de FNWI. Dit bouwteam heeft in december 2012 een fusieplan gepresenteerd aan de Colleges van Bestuur. Het bouwteam schrijft in haar plan het volgende over de meerwaarde van de AFS voor onderzoek: ‘[De] AFS [stelt] zich een 10-15% toename in high-impactpublicaties en in relatief aandeel NWO- en EU-subsidies, en een substantiële toename (tenminste 20%) in middelen uit de derde geldstroom ten doel.’ Over het onderwijs zegt het plan: ‘De integratie van de drie faculteiten creëert de grootste bètafaculteit van Nederland, die studenten een compleet en gevarieerd onderwijsaanbod kan bieden over de volle breedte van de bètawetenschappen, met naast monodisciplinaire opleidingen een groot aanbod van opleidingen met een interdisciplinaire insteek. De omvang van de geïntegreerde faculteit maakt het mogelijk opleidingen op rendabele wijze in te richten met flexibele leerpaden waardoor studenten een bij hun interesse passende opleiding kunnen volgen, en stelt AFS tevens in staat een uitdagend honoursprogramma aan te bieden. Door goede organisatie van flexibiliteit en variëteit neemt het studiesucces toe.’ De medezeggenschapsraden, de Centrale Studentenraad (CSR) en de Centrale Ondernemingsraad (COR) moeten nog instemmen met dit plan, alvorens het ook daadwerkelijk uitgevoerd kan worden.


Op papier lijkt de meerwaarde van de AFS duidelijk, maar toch is er veel negatieve berichtgeving over de fusie geweest en lijkt het draagvlak klein te zijn. Verscheidene protestacties zijn al georganiseerd door de verschillende studieverenigingen, ASVA (Algemene Studenten Vereniging Amsterdam) en anti-fusieorganisatie Animo. Volgens een onderzoek van de ASVA onder 320 bèta-studenten van de UvA is er te weinig is gekeken naar de praktische vereisten van een dergelijke grote operatie en is er te weinig inzicht in de mogelijke gevolgen voor de opleidingen. Ook het idee dat er kostbare tijd verloren zou kunnen gaan doordat een opleiding na de fusie verdeeld is over twee locaties maakt dat studenten zich tegen de fusieplannen keren. Studenten vinden bovendien dat ze onvoldoende bij de besluitvorming betrokken worden. De benoeming van de decaan Karen Maex van de aankomende AFS, nog voordat de plannen goedgekeurd waren, schoot dan ook bij velen in het verkeerde keelgat. En wat natuurlijk ook meespeelt, al wordt het niet vaak met zoveel woorden gezegd, is de rivaliteit die van meet af aan tussen de universiteiten woedt.


Voor aardwetenschappen (oorspronkelijk bij de UvA de opleiding fysische geografie), zowel op bachelor- als op masterniveau, zou de oprichting van de AFS een aanzienlijke verandering betekenen. De bachelor aardwetenschappen, niet zo heel lang geleden opgeheven bij de UvA, zou door de fusie weer kunnen terugkeren. In de plannen voor de AFS staat voor de opleiding aardwetenschappen de locatie van Science Park als ‘basislocactie’. De basislocatie van een opleiding moet aangeven waar het merendeel van de onderwijsactiviteiten moeten gaan plaatsvinden (dus op bijvoorbeeld Science Park of bij De Boelelaan). Daarbij staat echter wel de kanttekening dat deze basislocatie nog aan verandering onderhevig is en er dus niet met zekerheid te is zeggen dat de opleiding uiteindelijk ook werkelijk op Science Park zal worden gehuisvest. De master van aardwetenschappen aan de UvA zou volledig moeten worden geïntegreerd met die van de VU. Dat is geen simpele opgave. De master Earth Sciences aan de UvA is nog niet zo heel lang geleden compleet opnieuw uitgewerkt in zijn twee huidige ‘tracks’: Geo-Ecological Dynamics en Environmental Management. Deze twee tracks onderscheiden zich van elkaar door de vaardigheid waarin getraind wordt: onderzoek in de eerste, en communicatie en management in de tweede. Vooral Environmental Management, met zijn praktische en interdisciplinaire insteek, brengt studenten naar de UvA. Deze opbouw wijkt af van die van de Geosciences masteropleidingen van de VU, die veel meer toegespitst zijn op verschillende vakgebieden, zoals hydrologie of paleo-klimatologie. Deze afwijking in opbouw betekent dat voor de integratie van deze twee opleidingen er meer nodig is dan ze simpelweg op één locatie te plaatsen en daarbij overlappende onderdelen te schrappen.

In het plan voor de fusie is lijkt weinig aandacht besteed te zijn aan dit soort overwegingen. Het is daarom niet verwonderlijk dat ‘de werkvloer’ niet erg enthousiast is: de toegevoegde waarde van de fusie lijkt abstract en ver weg, terwijl de praktische problemen concreet en dichtbij zijn. Tel daar bij op dat er verder maar weinig dingen zijn waar mensen zo tegen op zien als het moeten verhuizen naar een nieuwe locatie, en het is niet zo gek dat de sentimenten negatief zijn.

De motivaties van de AAA voor de fusie: met de tijd meegaan en efficiënt gebruik van ruimte en locatie, lijken op het eerste gezicht vrij overtuigend. Maar iedereen die een opleiding aan de universiteit heeft genoten weet dat elke opleiding vol zit met zijn eigen eigenaardigheden en karakters, en dat een opleiding op zichzelf al een groot samenspel is van dergelijke elementen. Als verhuizen of opheffen van bepaalde onderdelen al zoveel stof doet opwaaien (denk aan de verhuizing van aardwetenschappen van Roeterseiland naar het Science Park waarbij er veel ruimte en archiefmateriaal verloren is gegaan, of nog verder terug: het verdwijnen van Geologie bij de UvA) is te vrezen dat met het compleet herinrichten en verplaatsen van twee grote faculteiten een grote zandstorm ontstaat. En hoewel een zandstorm zowel positieve als negatieve gevolgen kan hebben is dit pas zichtbaar als de storm is gaan liggen. Terwijl dit artikel werd geschreven is er door de Centrale Ondernemingsraad tegen de fusie gestemd. Dit betekent dat de fusie voorlopig van de baan is. Op korte termijn zullen we dus wat minder gaan horen van de AFS, maar als de geest eenmaal uit de fles is gaat hij er maar moeilijk weer terug in. Het idee van de AFS is er en zal naar alle waarschijnlijkheid ook met enige regelmaat terugkomen. Laten wij, als fysisch geografen, in ieder geval hopen dat wij in de toekomst, in welke vorm dan ook, nog vele jonge studenten tegen zullen komen die goed opgeleid het veld binnentreden.


Bronnen

  Last edit: 2014-01-12 20:31:42.